Dutch Open Pitch and Putt

Rules of play

The Dutch Open will be played according the FIPPA-Rules which you can find HERE. The additional local rules are:

Practice

  • It is not allowed to practice on the course on matchday – penalty is D.Q.
  • Putting and chipping can be practised on the practice green before a match.

Out of Bounds

  • The boundaries of the course are defined as follows:
    1. At the front of the course (in front of hole 1 and behind hole 18) the boundaries are marked with a line of stones that are marked white. The fence is in the course and is a fixed obstacle. Relief may be taken according to the rules
      (Fippa: The Rules of Pitch&Putt; Part 1 – Rule 3-c).
    2. The edges of the course are marked by ditches. Out-of bounds-is on the outside of the ditches.
    3. At the back of the course the boundary is marked by a fence. The fence is out-of-bounds and therefore outside the course; it is not an obstacle and you cannot take relief at that spot.
  • In case of out-of-bounds a player has to go back to the previous spot. Exception: at the back of the course, behind hole 8. In this case a player has 2 options:
    1. Use the dropping zone near hole 8.
    2. Go back to the previous spot.

Dropping Zone

  • In front of hole 8 there is a dropping-zone.
  • If a player has hit the ball into the GUR-zone (marked in blue) at the back on the left side, there are 2 options:
    1. Use the dropping-zone at hole 8
    2. Go back to the previous spot.

Het Dutch Open zal gespeeld worden volgens de FIPPA-regels welke je HIER kunt vinden. De aanvullende lokale regels zijn:

Inspelen

  • Het is niet toegestaan om op de wedstrijddag voor aanvang van de wedstrijd te oefenen op de wedstrijdbaan (straf: diskwalificatie).
  • Het is wel toegestaan om op de oefengreen te putten en te chippen.

Out of Bounds

  • De grenzen van de baan zijn als volg gedefinieerd:
    1. Aan de voorkant (voor hole 1 en achter hole 18) van de baan wordt de grens aangeven door de stenen rand met witte markeringen. Het hek staat in de baan en is een vast obstakel die mag worden ontweken volgens de regels (Fippa: The Rules of Pitch&Putt; Part 1 – Rule 3-c).
    2. De zijkanten van de baan worden de grenzen van de baan aangegeven door de sloten. De grens van de baan is aan de overkant van de sloot.
    3. Aan de achterkant van de baan wordt de grens van de baan gemarkeerd door het hek. Het hek is een Out-of-bounce-markering en staat dus buiten baan. Het hek mag niet worden ontweken als een obstakel.
  • Indien de bal Out-Of-Bounce is geslagen, dient men terug te gaan naar de vorige plaats. Uitzondering hierop is als de bal aan de achterkant van de baan (achter hole 8) Out-Of-Bounce is.Als de bal hier Out-Of-Bounce is geslagen, heeft de speler 2 opties:
    1. Droppen op de Dropping-Zone bij hole 8.
    2. Teruggaan naar de vorige plaats.

Dropping Zone

  • Voor hole 8 is er Dropping-Zone.
  • Als een speler de bal aan de linker-achterkant van de hole in de GUR (blauwe markeringen) heeft geslagen, heeft de speler 2 opties:
    1. Droppen op de Dropping-Zone bij hole 8.
    2. Teruggaan naar de vorige plaats.